Hengstenkeuze
Hoe kies ik een hengst voor mijn merrie?
Als je op zoek gaat naar een hengst voor je merrie, weet je natuurlijk al dat je een veulen wilt fokken. Maar weet je ook al waar dat veulen aan moet voldoen? Dat is het eerste wat je moet bedenken; wat voor veulen wil ik? Je denkt dan aan:- Exterieur
- Maat
- Gangen
- Karakter
- Type
- En evt papier.
De volgende stap is om kritisch naar je merrie te kijken. Ga de punten bijlangs, die je voor het veulen hebt opgeschreven en kijk in hoeverre je merrie hier zelf aan voldoet. Punten aan je merrie die verbeterd of verankerd kunnen worden, schrijf je op.
Als je de mogelijkheid hebt, kun je dit ook bij de nakomelingen en ouders van je merrie doen. Als je overeenkomsten ziet, heb je grote kans dat dit erfelijke dingen zijn. Hebben bijvoorbeeld de ouders van je merrie, zij zelf en haar nakomelingen allemaal een grote bles, dan zal ze dit hoogst waarschijnlijk vererven.
Je weet nu wat voor veulen je wilt en wat er aan de merrie verbeterd moet worden om dit resultaat te krijgen.
Vervolgens ga je kijken naar de hengsten. Je kunt bij hengstenhouders folders opvragen van de hengsten die zij ter dekking hebben staan, maar je kunt ook gewoon gaan zoeken op bijvoorbeeld internet. Maak dan een lijstje van hengsten die je wel ziet zitten, en kijk in hoeverre hij voldoet aan het beeld van het veulen dat je wilt fokken. Daarna doe je dit bij de punten die je bij je merrie verbeterd wilt zien. Heeft hij de punten die je merrie mist?
Komt dit alles redelijk overeen, dan ga je kijken naar de ouders van deze hengst en zijn nakomelingen. Handig hiervoor is het afstammelingen raport, de afstammelingen keuring vind meestal plaats na het 3e dekseizoen. Vereft de hengst de punten die je merrie mist? Dat is goed! Zo niet, dan kijk je naar devolgende hengst op lijstje.
Als je een hengst hebt gevonden die de minpunten van je merrie zou kunnen verbeteren, dan kijk je naar zijn afstamming.
Je kunt kiezen voor lijnenteelt. Bij lijnenteelt kies je er bewust voor om een bepaald hengst of merrie steeds terug te laten komen in de afstamming. Dit doe je om de erfelijke eigenschappen van dat paard in je veulen te verankeren. Maar laat je merrie niet dekken door haar vader, dan is het geen lijnenteelt, maar inteelt. Dit kan voor erg nare afwijkingen zorgen.
Lijnenteelt is dat je bijvoorbeeld een veulen fokt waarvan de vadersmoeder ook de moedersmoedersmoeder is, zonder dat de generaties die daarvoor komen de zelfde paarden bevatten. Als je aan lijnenteelt wilt doen, moet je er rekening mee houden dat je op deze manier niet alleen de goede, maar ook de slechte eigenschappen kunt verankeren. Je moet dus heel goed weten waar je mee bezig bent.
Veiliger is het om zo weinig mogelijk verwantschap te hebben tussen de merrie en de hengst.
Dus als je bijvoorbeeld een merrie uit een W lijn hebt, kun je haar beter niet laten dekken door een hengst die ook uit de W lijn komt.
Als je dit allemaal op een rijtje hebt, en je hebt een hengst gevonden, ga dan eens bij de hengst kijken. Dit kan op de jaarlijkse hengstenkeuring, op een fokdag of door een aspraak te maken bij de hengstenhouder thuis. Als je een hengst persoonlijk ziet, krijg je ook meteen een indruk van zijn karakter, en zie je zelf zijn bouw en bewegingen. Soms valt zo’n hengst dan tegen in vergelijking met het plaatje, maar het gebeurd ook dat je hem ineens nog leuker vind.
Is je gevoel nog steeds goed, dan kun je een afspraak maken voor de dekking/KI. Valt het toch tegen, dan kun je dat natuurlijk ook doen, maar je kunt ook de hengst in je achterhoofd houden, en gaan kijken of er toch niet een hengst is die nog net wat beter zou passen.